Toen Microsoft lang geleden interesse toonde in mijn bedrijf Assistance Software, dacht ik dat ik een goede deal had gesloten. Ik had aardig wat gesprekken gevoerd en documenten getekend. Pas later las ik in de kleine lettertjes dat alles wat Microsoft van mijn bedrijf zou leren (dus ook in de verkennende fase), door hen zelf mocht worden gebruikt. Vijf maanden later bouwde Microsoft de producten zelf. Ik was te onervaren om dit te zien aankomen.
Grote techbedrijven spelen het spel hard en de partij aan de andere kant van de tafel heeft zelden de middelen om terug te vechten. Precies dat probleem heeft Eric Smit nu tot zijn werk gemaakt met The Firewall: de macht van Big Tech en wat die macht betekent voor ondernemers, burgers en de democratie.
De parallel met de financiële crisis
In september 2008 viel Lehman Brothers om en sleurde de financiële wereld mee de afgrond in. Wat hem toen vooral verbaasde, was hoe weinig we begrepen over de producten die de crisis veroorzaakten. Credit default swaps, collateralized debt obligations, mortgage-backed securities: vage constructies waarvan bijna niemand wist hoezeer ze het hele systeem ondermijnden. De journalistiek had nagelaten dat op tijd in beeld te brengen.
Eric Smit herkent hetzelfde sluipende risico bij de afhankelijkheid van Big Tech. Het groeit al jarenlang gestaag door. “Het lijkt een beetje op zo’n pan met kokend water. Voor je het weet is het klaar”, zegt hij. Je raakt langzaam aan de temperatuur gewend en dan is het te laat.
Smit legt de kern van het probleem duidelijk uit. De schade reikt verder dan het bedrijfsleven. Algoritmes houden mensen in hun eigen bubbel, fake news en AI-generated content vullen de tijdlijnen en een generatie groeit op zonder goed onderscheid te kunnen maken tussen wat echt is en wat niet. Smit wil dat die platforms diensten gaan aanbieden die aan Europese wetgeving voldoen en dat ze niet zo dominant zijn dat ze andere bedrijven uit de markt drukken.
Hij is niet tegen succesvolle techbedrijven, hij is zelf ondernemer en gebruikt dagelijks de voordelen die Big Tech bracht. Hij is tegen de omvang. Een handvol partijen controleert de nieuws- en informatievoorziening van miljoenen mensen, bepaalt de standaarden in hun markten en drukt anderen eruit. Dat is geen eerlijke markt en eerlijke markten zijn precies wat een overtuigd liberaal zou moeten willen verdedigen.
Hoe Nederland afhankelijk werd zonder het te merken
Het meest concrete recente voorbeeld is DigiD. De dienst valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar wordt gehost door Solvinity. Zodra een Amerikaans bedrijf als Kyndryl het overneemt, komt Solvinity met al haar klanten binnen het bereik van de Amerikaanse overheid. Via de Cloud Act kan de overheid dan inzage eisen in data of diensten laten uitzetten. Dat er een server in Frankfurt staat, maakt niet uit. Het gaat erom waar het eigendom ligt. Zodra het een Amerikaanse onderneming is, reikt die wetgeving tot in Europa. Wat er dan gebeurt, is volgens Smit niet abstract: “Onze data wordt continu van ons gestolen en misbruikt.”
Dat het geen theorie is, bleek toen een hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag op een lijst van Trump belandde en vervolgens werd afgesloten van zijn dienstverlening. Eén politiek besluit en de stekker gaat eruit.
Voor een techbedrijf werkt het mechanisme niet anders. Draait je SaaS-product op Amerikaanse cloud, dan staat daar niet alleen je eigen data, maar ook die van je klanten. Je valt onder dezelfde wetgeving en daarmee onder hetzelfde risico dat een buitenlandse overheid kan meekijken of de toegang kan afsnijden. Een bedrijf dat zijn klanten een veilige omgeving belooft, verkoopt daarmee een belofte die het strikt genomen niet in eigen hand heeft.
Naar de rechter in plaats van te wachten op Brussel
The Firewall is een stichting zonder winstoogmerk, een ANBI, die zich opwerpt als tegenmacht. Het idee: Big Tech onderzoeken en bij aantoonbare wetsovertredingen voor de rechter dagen. Europa heeft de wetten er inmiddels voor, zegt Smit, met de Digital Services Act, de Digital Markets Act en de AI Act. Het probleem is dat toezichthouders nauwelijks optreden. Die leemte wil The Firewall deels opvullen. Als de politiek en de toezichthouders het laten liggen, dan moet iemand anders het doen.
Dat het kan, laat de ondernemer en jurist Danny Mekic zien. Hij voerde rechtszaken tegen onder meer Meta en X, won ze, en huurde er niet eens een advocaat voor in. Zijn zaak tegen X ging over shadowbanning: een platform dat je zonder bericht onzichtbaar maakt, zodat niemand je berichten nog ziet terwijl jij vrolijk doortikt. Mekic eiste inzage in de gegevens die het platform over hem verzamelde, een recht dat je in Europa hebt. Smit ziet zijn eigen werk niet als neutraal toekijken. “Ik denk in wezen dat elke journalist een activist is”, zegt hij. The Firewall gaat een stap verder dan alleen schrijven: het roept Big Tech ter verantwoording.
De aanpak slaat aan. The Firewall haalde al 262 bondgenoten binnen (juni 2026) die elk 1500 euro inleggen en daar zitten veel ondernemers tussen. Smit brengt die ondernemers ook bij elkaar, in een soort rondetafel, om te bespreken wat ze kunnen bijdragen. Niet iedereen hoeft te procederen. De een doet een donatie, de ander biedt zijn kennis aan, een jurist die de Digital Services Act kent meldde zich bijvoorbeeld aan voor een onderzoeksteam.
Waarom digitale soevereiniteit een verkoopargument wordt
Voor het bedrijfsleven zit hier een ongemakkelijke conclusie: een bedrijf dat zijn klanten een veilige omgeving belooft, kan dat niet hardmaken zolang de data op Amerikaanse infrastructuur staat. Smit trekt die lijn door naar de markt. Op de stelling dat digitale soevereiniteit over vijf jaar een verkoopargument is waar klanten voor betalen, reageert hij nuchter: “Ik denk dat dat nu al een propositie is.”
Daar liggen kansen voor Nederlandse en Europese ondernemers. Overheden zullen meer geld moeten uitgeven aan autonome dienstverlening. Bedrijven die veiligheid beloven, zullen die belofte ook technisch moeten waarmaken, met Europese software en Europese datacenters. The Firewall laat zien hoe het eruitziet door het eigen platform op Europese tech te bouwen, zonder Microsoft.
Wie nu vervangende diensten ontwikkelt, springt in een gat dat de komende jaren alleen maar groter wordt. De opbrengst daarvan kan in Europa blijven in plaats van naar de Verenigde Staten te verhuizen.
De democratie is in essentie kwetsbaar, zegt Smit en moet van binnenuit verdedigd worden. Hij verwacht dat niet van de overheid alleen. Hij verwacht het van mensen die in actie komen. “Ondernemers doen zelf iets. Daarom ben je een bedrijf begonnen.” Voor wie luistert is de boodschap helder: de afhankelijkheid is een keuze en die keuze kun je elke dag een beetje terugdraaien.
Eric Smit is mede-oprichter van Follow the Money en van The Firewall
Samen met Arne van der Wal richtte hij Follow the Money op, een platform voor onderzoeksjournalistiek. Geïnspireerd door De Correspondent en het Franse Mediapart kozen ze voor een model zonder advertenties of sponsoring: de leden betalen en die leden financieren het onderzoek. Bij de relaunch eind 2015 droomden ze van 20.000 betalende leden, genoeg voor een stevige redactie. Inmiddels zijn het er meer dan 50.000. Daarmee is Follow the Money het grootste onafhankelijke onderzoeksjournalistieke platform van Nederland.
Toen The Firewall in het voorjaar van 2026 lanceerde, deed Smit dat met een echte campagne: advertenties in landelijke dagbladen met zijn eigen gezicht en de oproep om op te staan tegen Big Tech. Spannend, geeft hij toe, want wat als de boodschap niet zou aanslaan? Op de ochtend van de lancering zag hij de aanmeldingen binnenstromen.
Dit artikel is gebaseerd op een gesprek in Tech Insider, de Nederlandse podcast over tech, SaaS en AI. Beluister het volledige gesprek met Eric Smit via Tech Insider podcast, Spotify, Apple Podcasts of met de player hieronder.