Toen QuantWare begin mei 2026 een recordinvestering van 152 miljoen euro ophaalde, was het wereldnieuws. Het Delftse bedrijf bouwt kwantumchips en wil daarmee de kwantumindustrie domineren, zoals Intel dat jarenlang deed in de klassieke chipwereld. Een week eerder haalde Groove Quantum, ook uit Delft, 16 miljoen op voor zijn eigen chiptechnologie. Twee bedrijven, dezelfde stad, dezelfde ambitie. En allebei voortgekomen uit hetzelfde instituut: QuTech.
Achter dat instituut staat Kees Eijkel. Als General Director van QuTech heeft hij het in twaalf jaar laten groeien van minder dan honderd naar 350 medewerkers, waarmee het een van de grootste publieke kwantumonderzoeksinstituten ter wereld is. Eijkel is geen kwantumfysicus. Hij is wiskundige en nanotechnoloog en hij heeft zijn carrière gewijd aan het overbruggen van de kloof tussen laboratorium en markt. Richting het einde van 2026 gaat hij met pensioen. Juist nu het ecosysteem dat hij opbouwde zijn vruchten begint af te werpen.
Drie toepassingen, niet alleen computing
Wie kwantum zegt, denkt al snel aan de kwantumcomputer. Maar computing is slechts één van de drie toepassingsgebieden, legt Eijkel uit. Kwantumsensing wordt al commercieel ingezet, onder andere in atoomklokken en bij zeer nauwkeurige gravitatiemetingen. Militaire toepassingen liggen voor de hand: met kwantumsensoren kan een marineschip detecteren dat er een onderzeer onderdoorvaart, of kan een vliegtuig zijn positie bepalen zonder GPS.
Het tweede veld is kwantuminternet: communicatie die fundamenteel onkraakbaar is. Waar blockchain probeert beveiliging te bereiken door het probleem wiskundig ingewikkeld te maken, werkt kwantumbeveiliging op basis van natuurwetten. Eijkel vergelijkt het met de zwaartekracht: je kunt er niet omheen, je kunt het niet veranderen.
“Die beveiliging is fundamenteel onkraakbaar. Dat is gewoon de wetten van de fysica. Net zo goed als dat als ik een glas hier op tafel zet, dan blijft het staan en vliegt het niet omhoog.”
Q*Bird, een van de QuTech-spin-offs, heeft samen met de Port of Rotterdam een testopstelling gebouwd voor beveiligde kwantumverbindingen. De directe aanleiding: een aantal jaar geleden lagen Australische havens een week plat na een hack. De schade was enorm. Kwantumbeveiliging kan dat soort aanvallen in de toekomst voorkomen, niet alleen in havens maar ook bij kerncentrales, sluizen en andere vitale infrastructuur.
De fase van de omgebouwde koets
De kwantumcomputer zelf is de derde toepassing, en de minst volwassen. Eijkel is daar nuchter over. Hij vergelijkt de huidige stand van zaken met de auto-industrie rond 1880. Toen reden er omgebouwde koetsen rond met verschillende motoren: elektrisch, op benzine, op houtgas. Ze waren onbetaalbaar, na vijftien kilometer kapot, en niemand wist welke aandrijving zou winnen.
“We hebben nog altijd ongeveer acht technologieën in de race om de basisaanpak voor een kwantumcomputer te leveren.”
In Delft wordt gewerkt aan spin qubits (met enkelvoudige elektronen) en aan color centers in diamant. In Eindhoven aan neutral atoms, in Twente aan fotonen. Google, IBM en Honeywell doen mee met hun eigen varianten. Welke technologie de winnende wordt, weet niemand. Eijkel schat dat er nog vier tot zeven jaar nodig is voordat kwantumcomputers echte, zinvolle berekeningen sneller kunnen uitvoeren dan de krachtigste klassieke supercomputers.
Maar de potentie is enorm. Kwantumcomputers zijn bij uitstek geschikt voor problemen waar klassieke computers moeite mee hebben: het simuleren van moleculair gedrag voor medicijnontwikkeling, het optimaliseren van logistieke en energiestromen, en het modelleren van klimaatpatronen.
Een ecosysteem dat wereldspelers voortbrengt
Wat Delft onderscheidt van andere kwantumhubs is het ecosysteem van bedrijven die elk een ander onderdeel van de kwantumcomputer maken. QBlox (250 medewerkers, groei van 30-40% per jaar) levert de aansturingselektronica en is daarin marktleider. Delft Circuits maakt de speciale vergulde kabels. Orange Quantum Systems bouwt testmachines voor kwantumchips. En dan zijn er de chipmakers zelf: QuantWare en Groove Quantum, allebei met een andere technologische aanpak.
Eijkel heeft dat ecosysteem bewust zo opgebouwd. QuTech jaagt niet alleen de volledige kwantumcomputer na, maar creëert ook bedrijven die een specifiek onderdeel van de supply chain beheersen. Zelfs als een concurrent uiteindelijk de complete computer bouwt, zijn die bedrijven relevant als toeleverancier.
“We gaan allemaal er vol voor om te proberen een volwaardig bedrijf met alles erop en eraan in die hoek boven water te krijgen. Maar tegelijkertijd hebben we een tweede strategie.”
Die tweede strategie werkt. QBlox levert al aan computerbouwers wereldwijd. Delft Circuits verkoopt kabels voor duizenden euro’s per meter. Buitenlandse kwantumbedrijven vestigen zich in Delft om dicht bij het talent te zitten. Het Ierse Equal1 kwam vorig jaar, het Israëlisch-Amerikaanse Quantum Machines deze week.
Kwantum en AI vinden elkaar
De combinatie van kwantumcomputing en AI is volgens Eijkel onvermijdelijk. AI kan helpen om kwantumcomputers te programmeren en te optimaliseren. Omgekeerd kan kwantumhardware een veel energie-efficiëntere manier zijn om AI-modellen te draaien. Dat laatste is relevant nu de energiekosten van AI-datacenters exploderen.
“Ik weet zeker dat het bij elkaar komt. Die twee kunnen voor elkaar heel veel betekenen.”
Eijkel plaatst er meteen een kanttekening bij. Beide technologieën zitten hoog in de hypecurve. Als je de onzekerheden van de ene technologie vermenigvuldigt met die van de andere, krijg je een breed spectrum aan mogelijke uitkomsten. Maar door de oogharen bekeken ziet hij dezelfde dynamiek als bij eerdere technologische overgangen: een fundamentele eigenschap van de natuur die we leren beheersen en toepassen.
Wat Nederland moet doen om de positie te houden
Nederland heeft een sterke uitgangspositie, maar die is kwetsbaar. Eijkel ziet drie prioriteiten. De eerste is het op peil houden van de onderzoeksfinanciering. De overheid heeft via Quantum Delta 615 miljoen euro in het kwantumonderzoek gestoken. Het restant wordt de komende twee jaar uitgegeven. Daarna moet de industrie op eigen kracht verder, tenzij er nieuw geld komt.
De tweede prioriteit is het investeringsklimaat. Vroege investeringsrondes lukken steeds beter in Nederland, maar bij grotere rondes moeten bedrijven nog steeds naar het buitenland. Eijkel ziet dat met lede ogen aan: buitenlandse investeerders brengen geld, maar nemen ook zeggenschap mee. Met de Wet Vifo kijkt de overheid mee bij strategische technologieën, maar dat is een noodrem, geen oplossing. Nederlandse fondsen moeten de bocht om en leren investeren in dieptechnologie.
“Als je die vergeet, dan kun je het als Nederland ook weer schudden.”
Die uitspraak gaat over de derde prioriteit: de cleanroom-infrastructuur. De labs waarin kwantumchips worden gemaakt, kosten tientallen miljoenen. Jonge bedrijven kunnen die niet zelf bouwen en zijn afhankelijk van universiteiten. Maar er is geen structureel beleid om die labs in de lucht te houden. Zonder die gedeelde infrastructuur valt het fundament onder het hele ecosysteem weg.
Eijkel zelf staat aan het eind van zijn carrière. Wat hij achterlaat is indrukwekkend: een onderzoeksinstituut van wereldformaat, een ecosysteem van bedrijven dat in mei 2026 alleen al bijna 200 miljoen euro aan investeringen ophaalde, en een generatie wetenschappers die de overstap naar het ondernemerschap heeft gemaakt. De vraag is niet of kwantumtechnologie ertoe doet. De vraag is of Nederland bereid is om het momentum vast te houden dat Eijkel in gang heeft gezet.
Kees Eijkel is General Director van QuTech, het kwantuminstituut van de TU Delft en TNO. Met 350 medewerkers is QuTech een van de grootste publieke kwantumonderzoeksinstituten ter wereld. Volg Kees op LinkedIn.
Dit artikel is gebaseerd op een gesprek in Tech Insider, de Nederlandse podcast over tech, SaaS en AI. Beluister het volledige gesprek met Kees Eijkel via insiderpodcast.nl of met de player hieronder.